Gezichtspunten van het Fuwafit functiewaarderingssysteem
Voor het inschalen van functies worden punten toegekend aan 6 gezichtspunten:
Kennis en ervaring
Het niveau wordt hoger naarmate het aantal kennisgebieden breder wordt en er ook kennis van maatschappij en markt gevraagd wordt. Er zit een overlap in de niveaus omdat in de praktijk kennis en ervaring niet altijd gelijk opgaan. Je kunt bijvoorbeeld een relatief laag theoretisch kennisniveau met een langere ervaring hebben of een hoger theoretisch kennisniveau met een relatief korte ervaring. We kennen minder gewicht toe aan vooropleiding ten opzichte van andere methodes.
Complexiteit
De mate van complexiteit neemt toe naarmate er meer variatie is in de werkzaamheden, er meer gewerkt wordt met deadlines, de werkzaamheden binnen een breder werkgebied worden uitgevoerd, er vaker tegen niet eerder ervaren nieuwe zaken of problemen wordt aangelopen en wanneer er ook organisatorische, administratieve, coördinerende of adviserende taken bij komen.
Verantwoordelijkheid
We kijken naar de mate van vrijheid in het indelen van eigen tijd en taken. Hoe wordt het werk gecontroleerd en hoe groot zijn de gevolgen (omvang en nasleep) van gemaakte fouten. Hoe meer jouw werkzaamheden qua resultaten en gevolgen van invloed zijn op de afdeling- of bedrijfsdoelen en resultaten, hoe hoger de verantwoordelijkheid.
Leidinggeven
We onderscheiden functioneel leidinggeven, coördineren, coachen, leidinggeven aan kleinere en grotere groepen en besturen
Fysieke en mentale aspecten
Bij fysieke en mentale aspecten kijk je naar de mate waarin onder bezwarende fysieke en mentale omstandigheden wordt gewerkt. Zoals ongemakkelijke werkhouding, kans op letsel en/of hoge geestelijke inspanning en stress.
Relevantie
Bij relevantie kijk je hoe belangrijk de functie is voor de identiteit en het behalen van de doelen van de organisatie. Ook geef je aan of hoe lang het duurt om de medewerker in deze functie te vervangen. De waarden voor relevantie kunnen dus verschillen per factor.

